Hieronder vindt U een vervolgverhaal geschreven door Immetje zelf.
Hierin verteld ze over haar leven op de haar bekende manier.
De verhalen zullen in delen verschijnen.

Inmiddels zijn delen 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12,13,14 en 15 (foto huishoudschool 1951) ,16,17 ,18, 19 20,21,22,23,24,25,26 en 27 geplaatst.
Bovendien vindt u onderaan de pagina gegevens over, de boekjes vanImmetje.[/color]
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Immetje vertelt (1)……….



Hier zit ik , stevig vast gehouden door mijn moeder, op het raamkozijn van het huis in de Kielstraat 45, waar wij toendertijd woonden.
Het was op een avond dat de zomer van het jaar 1934 drie dagen jong was en ik op die dag één jaar was geworden.
Zo te zien kom ik niets te kort en kijk ik verbaasd de wereld – of beter gezegd de Kielstraat – in.
Daar was vroeger heel wat te zien.
Er woonden veel grote gezinnen en als het mooi weer was hadden de mensen de gewoonte om op een stoel uit de kamer of keuken, buiten voor het huis, te gaan zitten om gezellig met de buren een praatje te maken.
Het is, zo te zien, een heerlijke avond.Eén van mijn twee blote voetjes rust op mijn grote broer zijn krullebol, terwijl hij - keurig, net als mijn grote zus - naar de lens kijkt van hetKodak-toestelletje; het voor die tijd kostbare bezit van ons buurmeisje Marietje Everstijn, die o.a. dit kiekje genomen heeft.
Naast mijn broer en zus staat ons bokje Arie.
Mijn vader zou willen dat Arie ook in de lens kijkt, maar nee, Arie kijkt bokkig naar beneden, maar dat mag de pet niet drukken.
Het geheel geeft een mooi beeld van een gelukkig gezin in een – toen nog – rustige tijd.

Wordt vervolgd.

Immetje.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt (2)…….



Inmiddels ben ik van het kozijn afgetild en in de trapauto gezet, nu stevig vastgehouden door mijn vader.
Mijn moeder kijkt vanuit het raam lachende toe.
De trapauto wordt aan beide kanten op de kiek geflankeerd door links mijn grote zus Dinie met een prachtige grote strik in het haar en een schattig geborduurd overgooiertje aan ( ik weet het zo goed omdat ik het later ook heb gedragen) en rechts door mijn broer Chris.
Aan zijn bolle wangen te zien staat hij het geluid van een motor na te bootsen om het zo echt mogelijk te doen lijken.
Blijkbaar beleef ik het ook zo, want ik heb mijn twee mollige handjes stevig om het stuur geslagen.
Achter mijn zus staat een koddig jongetje van een jaar of vijf (Koosje Batenburg) geamuseerd toe te kijken; met zijn handen in zijn zakken echt al stoer en onder zijn pullover heeft hij iets gestopt, maar wat het is, is niet te zien.
Wel is hem aan te zien dat ook hij het naar zijn zin heeft in die gezellige Kielstraat van vóór de Tweede Wereldoorlog.
Achter mijn broer zie je nog net dat daar een buurman zit, zo maar op de stoep.
Van een trottoir kunnen we niet spreken; de stoepen in onze straat waren misschien net een halve meter breed en een deurmatje werd een zitmatje, verder geen gezeur.
Verderop staat ook nog een buurkind lachend toe te kijken en daar naast ook weer een buurman.
Dat ik zelf zo lachend in de trapauto zit is niet verwonderlijk.
Ik ben echt het middelpunt, maar ik ben dan ook jarig.
wordt vervolgd Immetje

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt (3)………



Hier heb ik mijn tweede verjaardag ook achter de rug en sta ik, zo te zien, stevig op mijn beentjes.
Alhoewel ik toch tegen mijn ‘grote broer’ aanleun, die gekleed is in matrozenpak, de grote mode voor kinderen in de jaren dertig van de vorige eeuw.
In de Kielstraat woonden veel kinderrijke gezinnen.
Kinderen waren er dan ook in alle leeftijden, speelmakkertjes genoeg en je werd onmiddellijk opgenomen, je hoorde erbij.
Deze foto is in 1935 gemaakt door een buurmeisje Marietje Everstijn; haar vader en drie broers van haar staan achter op de foto, eenvoudig omdat zij zo lang waren.
Ik sta vooraan omdat ik de allerkleinste ben.
Trots laat ik mijn speelgoed , hond Teddy, zien.
We zeiden nog geen ‘knuffel’.
De meeste kinderen, die op de foto staan zijn allemaal in de Kielstraat blijven wonen, todat ze in 1942 en 1943 moesten evacueren.
Gelukkig hebben we daar , op dat moment , nog geen weet van.
Integendeel, ondanks de crisisjaren zien we er allemaal stralend en gezond uit.
We werden door onze moeders en vaders goed verzorgd, dat is aan ons te zien ; ondanks dat ze hard moesten werken en ieder dubbeltje omdraaien;.
Rechts is nog te zien de winkeldeur van kapper Lochmans, op de hoek Kotterstraat/Kielstraat.
De straat is nog van de kinderen; we staan rustig te poseren, midden in de straat.
Geen auto te bekennen; de volwassenen gingen lopende of op de fiets naar hun werk.
Wij kinderen wisten niet beter en veel ruimte voor auto’s was er in de Kielstraat niet.
Wij hadden een gelukkige jeugd, die was ingedeeld in : de tollentijd, de knikkertijd, de slingertijd, de hoepeltijd, de hinkeltijd; je kon er de klok op gelijk zetten.
Ineens had iedereen een paar ballen waarmee je tegen de muur ging (als je het kon) met drie ballen, of de meisjes allemaal een springtouw en de jongens speelden hossebok of voetbal.
Het waren ongeschreven wetten, door ons kinderen trouw opgevolgd.
wordt vervolgd Immetje

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt (4)………….



De vorige foto laat zien hoe al de kinderen in de Kielstraat gewoon midden in de straat worden gefotografeerd.
Dat de tijd zo heel anders was laat deze foto uit 1936 weer zien, ook gemaakt in de Kielstraat voor het huis van M.Knoester, nunmer 45.
Veel van de vrouwen droegen toen nog klederdracht.
Zo te zien niet alleen de Scheveningse dracht, maar ook de Urker dracht, want er woonden in de buurt ook visserlui uit Urk en ook uit IJmuiden.
Op de foto staan Mevr. Dee Pronk, naast haar Mevr.Knier Kuiper, Mevr.Dee Marijt, Mevr.Bakker en de heer de Ruiter.
Mevr.Kuiper staat met haar breiwerk (ze breit een kous) in haar handen.
Dat was tot vóór de tweede wereldoorlog een heel gewoon straatbeeld.
De vrouwen liepen, gezellig pratend met elkaar, de straat door, van hoek tot hoek.
Ze breiden vooral truien, vesten, sokken en zwarte kousen voor onder de klederdracht.
Ze konden heel gemoedereerd met elkaar praten en onder de hand heel ijverig bezig zijn;ook midden op straat, er kwamen immers toch geen auto’s of brommers door de straat.
Er bestonden al wel motors, maar de bromfiets moest nog worden uitgevonden.
Het was zo’n vertrouwd beeld, die pratende-breiende vrouwen in hun klederdracht.
Tegenover ons woonden Urkse buren, waarvan de man ook nog de traditionele Urker dracht droeg, met zo’n koddige pofbroek van mooi zwarte stof en een rond mutsje.
De jas had zilveren knopen en hij had Zondags schoenen met zilveren gespen aan.
Deftig hoor; als hij, samen met zijn vrouw, Zondags naar de kerk ging, was het een plezier om naar te kijken.
Het was allemaal nog zo echt; traditie was heel gewoon.
Daarom had je, als kind, ook zo’n veilig gevoel in zo’n gewone buurt met enkel hard werkende mensen.
wordt vervolgd. Immetje.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt (5)……….



Hier staan wij op een zomerse zondagmiddag van het jaar 1935 voor het huis in de Zwaardstraat, naast de Technische school (vroeger Ambachtschool).
Het huis ziet er , na al die jaren, nog net zo uit als toen.
Deze foto is gemaakt nadat wij, al lopende , een bezoek hadden gebracht aan opoe en opa Knoester in de Vijzelstraat.
Dat huis bestaat niet meer; daar is inmiddels nieuwbouw voor in de plaats gekomen.
De zondagmiddag was voorbestemd om de grootouders te bezoeken.
Dat was de gewoonte op Scheveningen en ik vind het een goede gewoonte.
De familieband was stevig.
Opoe had voor ons altijd snoep in huis.
We kregen allemaal een wit puntzakje vol met lekkers.
Hier op de foto zijn de tweeling nog te klein voor boterkussentjes en katjesdrop en zo te zien zal in mijn puntzakje ook nog geen ulevellen gezeten hebben, maar schuimpjes.
Heerlijk toch als je twee jaar bent.
Met trots heeft vader Mink de tweeling op zijn armen en moeder klapt in haar handen.
Nu zie ik opeens dat zij geen hoed op heeft ; verder is de familie goed gemutst.
Natuurlijk sta ik weer hand in hand met mijn grote broer en naast mij mijn grote zus.
Het is een schattig plaatje van een gelukkig gezin in de toch zo moeilijke crisisjaren, de jaren dertig van de vorige eeuw.
wordt vervolgd. Immetje.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Immetje vertelt (6)..........



Op de vorige foto stond ik met mijn ouders, broer en zusjes vooraan in de Zwaardstraat.
Nu zit ik alleen in een klaslokaal van de bewaarschool van juffrouw Vrolijk aan het andere eind van de Zwaardstraat, hoek Duinstraat, waar nu een nieuw flatgebouw staat.
Wat voelde ik me verlaten en wat was ik bang toen daar opeens een man tegen mij zei dat ik naar een vogeltje moest kijken (wat ik nergens zag...) en de man plotseling een zwarte lap om zijn hoofd deed.
Ik voelde de tranen komen en beet op mijn lip en op dat moment kwam de juffrouw binnen en vertelde me dat er een foto van mij werd gemaakt en dat ik moest lachen; dan kwam ik er heel mooi op te staan.
Maar nee, het lachen was me vergaan en nu zie je een bang meisje van vier jaar.
Wat was de wereld nog anders.
Tegenover de bewaarschool was het weeshuis, ingang Zwaardstraat en in de Duinstraat de ingang voor het Oudeliedenhuis.
Van uit het klaslokaal zag je, wanneer het in het najaar donker werd, de lantaarn-opsteker het licht aan doen en de juffrouw ontstak de gaslampen in de klas.Zacht hoorde je een geruis en even later was het oergezellig en vertelde de juffrouw een verhaaltje.
In de Zwaardstraat was het altijd druk.
Er was een pakhuis en als daar de zolderdeuren open waren zag je een katrol, waar netten mee werden opgehaald.
Voor kleine kleuters een enorm spektakel om te zien.
Ook veel indruk maakten al die grote jongens, wanneer ze de Ambachtschool uit kwamen om naar huis te gaan; wat een fietsers, wel honderden in mijn kinderogen.
Het had iets heel gezelligs en ook iets heel vertrouwd, het hoorde bij de Zwaardstraat.
De school zelf was en is nog steeds een uniek gebouw en in de dertiger jaren van de vorige eeuw een blikvanger in het oude vissersdorp.
Tot op heden kijk ik er nog altijd met groot genoegen naar en ben benieuwd naar die jongens van toen, die daar een ambacht leerden; hoe het hen is vergaan.
Zeker is dat ze hard hebben meegeholpen aan de wederopbouw van Nederland na 1945..
Wordt vervolgd Immetje.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Immetje vertelt (7)......



Een heerlijke Zondagmorgen in de zomer van 1937.
We zijn gaan wandelen.
Ik mocht mee met mijn vader en een zuster van mijn moeder, die bij ons logeerde.
Allereerst door de Schipperstraat.
Eer we die uit waren, dat duurde wel even, want iedereen kende iedereen en hier en daar werd dan ook een praatje aangeknoopt.
Mijn tante moest nog al eens horen hoeveel zij wel op haar zuster - mijn moeder - leek.
Toen we voorbij het politiebureau (wat er nu nog is) waren, konden wij wat doorstappen.
Hier en daar een groet, maar daar bleef het bij.
Goed kijken of lijn elf er aankwam (moet je nu nog, maar ook al voor de tweede wereldoorlog) en dan gingen we over de Westduinweg richting de haven.
Daar lagen de loggers en schokkers, zij aan zij.
Mijn tante had een fototoestel bij zich, zo'n vierkant Kodak-boxje en maakte een paar foto's van de haven en onderwijl vertelde mijn vader, - zelf visserman geweest – het een en ander over de schepen.
Al pratende kuierden we zo naar het strand, waar het heel rustig was en de zee leek heel ver weg, zo breed was het zand.
Het verlengde havenhoofd, zoals het nu is, bestond nog niet, maar wel de golfbrekers.
Daar heeft mijn vader de foto gemaakt van mijn tante, mij en Loekie, onze herdershond, die ook echt poseert.
Een hele wandeling voor een meisje van vier, maar het ijsje op de terugweg, maakte veel goed.
Wordt vervolgd Immetje.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Immetje vertelt...............(8)



In de maand Juli van het jaar 1933 vierde de badmeester Arie Dirk Knoester zijn vijftigjarig jubileum in dienst van Maatschappij Zeebad.
Deze Arie Dirk Knoester is mijn grootvader en hij staat hier fier op een trapje van een badkoets, waarmee hij vele vorstelijke en adelijke personen in zee heeft gereden en geholpen bij het baden.
Naast het trapje staat zijn vrouw Evertje Knoester-Spaans, gekleed in de traditionele Scheveningse klederdracht, getooid met het mooie hoofdijzer, zonder hetwelk ik haar nooit heb gezien.
Opa is voor dit keer een paar treden hoger gesteld dan de drie deftige heren, de toenmalige directie van Maatchappij Zeebad, o.a. de heer Mr. A.Adema Zijlstra.
Men moest vroeger, om in aanmerking te komen voor de functie van badman aan het Luxe Bad , aan verschillende voorwaarden voldoen.
Allereerst van onbesproken gedrag en je moest een heel goede zwemmer zijn.
Opa voldeed hieraan en heeft de meest leuke voorvallen meegemaakt in die vijftig jaar.
Daar over een volgende keer meer.
Wordt vervolgd.
Immetje.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Immetje vertelt.....................(9)



Hier zit opa Knoester heerlijk ontspannen even uit te rusten en deze foto is onderwijl gemaakt door een deftige badgast, want in de beginjaren van de vorige eeuw waren de bezoekers van het Luxe Bad rijk en daarom ook vaak deftig in hun manieren en kleding.
Je zo maar open en bloot vertonen in een badcostuum, zoals dat toendertijd heette, dat deed je als dame in geen geval.
Dat kwam allemaal pas veel later.
De dames flaneerden met hun dure grote hoeden op en hun japonnen met een sleepje, kanten handschoentjes aan en niet te vergeten hun parasolletje, die hun moest beschermen om niet bruin te worden.
Dat hoorde meer bij een vrouw uit het volk, neen, deze dames behoorden zo blank te zijn als een lelie, vond men.
De werkende stand vond dat normaal.
Als badman vertoefde opa Knoester dagelijks tussen dat elitaire publiek en daar wist hij heel goed mee om te gaan.
Hij baadde heel veel groten der aarde, onder anderen de Prins von Wied, de hertog van Saksen Weimar, maar hij is altijd zich zelf gebleven, eenvoudig van aard, beminnelijk, maar niet onderdanig.
Zodoende was hij heel populair onder de badgasten en de kiekjes, die van hem zijn gemaakt in de loop van die vijftig jaar, zijn niet te tellen.
Vaak kreeg hij zo'n foto opgestuurd en opoe bewaarde die in een kartonnen doos, die onder de linnenkast stond.
ordt vervolgd.
Immetje.



~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt............(.10)



Eén van de goede gewoontes op Scheveningen, voor de tweede wereldoorlog, was......op de Zondagmiddag een wandeling maken door de bosjes naar de Waterpartij, of wel de eendjesvijver.
Een zak brood mee om de eendjes te voeren.
Het was er altijd een gezellige drukte en daar werden met bekenden heel wat praatjes gehouden.
Je zag nog veel vrouwen in klederdracht en wij, als kinderen, hadden allemaal onze Zondagse kleren aan en keurig gepoetste schoenen; vaak de dag tevoren gepoetst door de oudste zoon in een gezin en bij ons was dat ook het geval.
Toendertijd hadden niet veel mensen een hond,maar wij hadden een herdershond, Loekie, die altijd met ons mee mocht op onze wandelingen.


Ook dus, zoals op deze foto, naar de eendjesvijver en dat was een feest voor hem.
Dan gooide mijn vader een stok in de vijver en mocht Loek zijn zwemkunsten vertonen.
Als hij zich daarna flink stond uit te schudden, moesten wij even uit z'n buurt blijven.
Het waren heerlijke Zondagmiddagen, sabbelend op de snoepjes, die we van opoe, (waar wij eerst altijd 'langs' gingen), hadden gekregen.
Opoe en opa woonden in de Vijzelstraat, hun huis bestaat nog.
Als we weer thuis waren, las mijn vader ons meestal nog een verhaaltje voor en om zeven uur 's avonds, uiterlijk half acht, na eerst een lepel levertraan, naar bed; op weg naar dromenland.
Wordt vervolgd Immetje.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt..............11.



Wij, kinderen, van vóór- en in de tweede wereldoorlog, kenden bij lange na niet de luxe van de huidige jeugd.
Toch waren we beslist niet ongelukkig.
In tegendeel; er bestonden allerlei spelletjes en gewoonten, die we gezamenlijk deelden.
Een heerlijke bezigheid voor Scheveningse kinderen was: op een zomeravond naar het strand , gewapend met een emmertje en dan tussen de golfbrekers...... alikruken zoeken.
Onze schoenen lagen we bij elkaar op het zand; die mochten niet nat worden, het zoute water beet het leer uit en dan waren onze moeders boos.
Het was een tijd dat elke dubbeltje omgedraaid moest worden, maar dat kon ons, kinderen, de pret niet drukken.
Als we aardig wat alikruken in ons emmertje hadden, togen we weer op huis aan; daar wachtte ons nog een taak, namelijk de alikruken wassen en in een pannetje koken.
Daarna naar buiten, voor het huis op de stoep, waar ook veel ouders op een stoel voor het huis zaten te praten , om samen met de buurkinderen de alikruken op te eten.
Met een veiligheidsspeld peuterde we eerst een soort schubbetje weg en daarna het slakje er uit.
Hoe ze smaakte weet ik niet zo goed meer.
Wat ik wel heel goed nog weet is, dat het oergezellig was.
Als het ging schemeren, kwam – voor de oorlog – de lantaarnopsteker het gaslicht van de straatlan-tarens aansteken.
Voor kinderen werd het dan bedtijd en daar waren we dan ook aan toe.
Al met al heerlijke herineringen uit mijn kindertijd in zo'n Schevenings straatje.
Wordt vervolgd. Immetje.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt...............12.



Onze kinderhoofden waren nog niet in staat om te beseffen in wat voor een pachtige omgeving wij woonden en speelden.
Zoals bij het alikruken zoeken, terwijl de schelpenvisser druk aan het werk was en wij dat een vetrouwd beeld vonden, behorende bij het strand en de zee.
Wonderlijk was ook dat die grote zee met z'n aanrollende golven en het geruis ook geen indruk op ons maakte.
Het was ons speelterrein, waar je in de zomer fijn kon pootje baden en met emmertjes zeeewater en zand kon kliederen.
Zo'n schelpenvisser met op de achtergrond de zee en vaak daarboven de schitterende wolken inspireerde de kunstschilders en dit alles bracht ook de schrijvers en dichters onder bekoring.
Hoewel wij dit niet konden bevatten, was het wel intens genieten wanneer wij zelf schelpen vonden met van die prachtige rose, blauwe en bruine kleuren in allerlei variaties; ook vaak gestreept met dikke en dunne lijntjes.
Op winteravonden maakten wij van schelpen allerlei voorwerpen , zoals doosjes beplakken met schelpen, heel decoratief
Er waren mensen, die er mooie poppetjes van maakten, welke, als bijverdienste, werden verkocht aan toeristen, die ook voor de tweede wereldoorlog al talrijk aanwezig waren.
Toendertijd kon men , op Scheveningen, met een paar rijksdaalders op zak, heel wat doen en was je rijk.
Maar ook wij, als kind, spelende aan het Scheveningse strand, waren gelukkig en ...dus...schatrijk.
Wordt vervolgd. Immetje.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt......13.



Een zeer geliefd plekje om op de foto te gaan in de twintig- en dertiger jaren van de vorige eeuw was bij de Scheveningers de Verheulbank bij de waterpartij in de Scheveningse bosjes.
Aan de personen, die U hier op de foto ziet staan, kun je zien dat ze het best interessant vinden.
Ik ken ze van dicht bij, de twee vrouwelijke personen zijn beiden nichten van mij.
Alleen, zoals ze hier poseren, heb ik ze niet gekend, want ik moest toen nog geboren worden.
Zo op het eerste gezicht zou je denken dat het een echtpaar is met hun dochtertje, maar nee, het zijn twee zussen, namelijk de oudste zus met haar man en....haar jongste zusje; dat zag je vroeger heel vaak.
De gezinnen waren groot en wanneer de oudste kinderen al waren getrouwd, zat de jongste vaak nog in de kinderstoel....en was dan dikwijls al oom of tante.
Zo was ook mijn vader de jongste en de kinderen van zijn zusters waren ouder en moesten eigenlijk oom tegen mijn vader zeggen.
Voor ons had het alleen maar voordeel, want wij kregen van onze nichten en neven boeken en speelgoed , waar zij zich te groot voor voelden.
De zusters van mijn vader brachten ook kleding mee waar hun kinderen uit waren gegroeid en nog te mooi om weg te doen, waar mijn moeder in de crisisjaren weer blij mee was.
Ieder dubbeltje was er één; zodoende kwamen wij, dankzij mijn vader, die de jongste was van een echt Schevenings gezin, waar niets over boord werd gegooid, niets te kort.
Immetje
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt......14








Een tijdloos tijdbeeld is hier te zien.
Zowel ophet schilderij als op de foto staan jongens in de sneeuw met op de achtergrond struiken en bomen.
Ze genieten zichtbaar.
De jongens op het schilderij van het sneeuwballen gooien en de jongens op de foto (daaronder) staan trots met een sneeuwbal in de hand.
De derde van links heeft wel een heel grote sneeuwbal gemaakt en heeft daarvoor dan ook zijn beide handen nodig.
De jongens op het schilderij hebben bijna allemaal een koddige hoed of muts op, terwijl op de foto drie jongens een klot op hebben en één een pet.
Het zijn plezierige taferelen om naar te kijken: spelende jongens in de sneeuw.
Ze hebben het hele leven nog voor zich en bezitten nog het onbezorgde van hun jeugd.
Op welke plek de jongens toeven op het schilderij weet ik niet.
Van de jongens op de foto wel.
Zij staan op het “Koepelduin” bij de Belvedèreweg op Scheveningen.
Ik ken ook hun verwantschap en hun namen.
Helemaal links is Ger Moen met daar naast zijn neef en naamgenoot, dus eveneens een Ger Moen; de derde van links is Map den Heijer, een neef van Ger Moen (I), van zijn moeders zijde; de jongen met de pet is een buurjongen, Arie Lammers.
Een frappante gelijkenis; er liggen een paar eeuwen tussen de geschilderde- en de gefotograveerde jongens, maar het afgebeelde is tijdloos.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Immetje vertelt.....15



Deze foto is gemaakt in de mei-maand van 1951 vóór de toenmalige Lagere- en avondhuishoudschool, nu de Oranjeschool aan de Westduinweg.
De groep meisjes op de foto, waaronder ook mijn persoontje, bezochten de avondschool en leerden daar onder anderen koken en bakken.
In de school was een enorm grote keuken met alles er op en er aan........., voor toendertijd dan!
Vergeleken met nu was deze keuken bijvoorbeeld zonder koelkast, magnetron en gril en niet te vergeten de vaatwasmachine, dus simpel en ouderwets, want al die attributen kenden wij nog niet.
We misten ze dus ook niet.
Onder kookles werden witte schorten en een witte kookmuts gedragen, waarop onze naam was geborduurd.
Onder elkaar hadden wij veel schik en maakten allerlei gerechten, waarvan we tot op heden in ons latere leven de voordelen van plukken. Jong geleerd......oud gedaan!
Met nu vergeleken was het er vrij streng; orde en regelmaat.
Wie had er ooit gedroomd dat er mobieltjes zouden bestaan en in de stoutste fantasiën kon je niet bedenken dat je elkaar kon sms-en of babbelen over soaps op een TV.
Niemand van ons had een moderne platenspeler.
Dat moest allemaal nog gewoon goed worden.
Een enkeling, wiens ouders bijvoorbeeld een zaak hadden, had telefoon, dus waren wij niet gewend te telefoneren ( zoals wij dat destijds noemden) .
“Ik bel je wel”, dat hadden onze oren nog nooit gehoord.
Toch, wanneer ik nu terugblik: verveling bestond in onze jeugd niet.
De gehele dag was gevuld met taken: 's-morgens eerst netjes de kamer, die je deelde met je zussen, opruimen en dan naar school en later naar je werk. Dat je, als meisje , je moeder hielp in het huishouden, was heel gewoon; de moeders waren bijna allemaal huisvrouw. Het werken buitenshuis kwam nog niet zoveel voor, evenmin buitenshuis eten of patat halen; dat moest allemaal nog komen.
De moeders kookten elke dag vers van wat de seizoenen te bieden hadden en vla, pudding en pap, dat alles werd thuis bereid. Als kind vonden wij dat heel gewoon.
Jaren later besef je pas hoe goed je door je ouders werd verzorgd.
Immetje.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt.....16



De beelden, die deze foto laat zien, konden wij in onze jeugd waarnemen, wanneer wij voor de Oranjeschool stonden.
De Westduinweg had – het is nu nauwelijks voor te stellen – een middenpad, waar je , zoals is te zien, rustig kon wandelen.
Je ziet een vrouw in Scheveningse klederdracht met een kind aan haar hand.
Een man op de fiets kan rustig aan doen, het jachtige verkeer ligt nog in de toekomst.
Voor de tweede wereldoorlog zag je zondagsmiddags jonge meisjes in Scheveningse dracht, gearmd- soms wel zeven in aantal – druk babbelend over dat middenpad kuieren.
Een schilderachtige aanblik met de prachtig gekleurde omslagdoeken, de hoofdijzers, de glanzende zwarte rokken en de mooie zijden schorten; dat alles compleet met bijbehorende sieraden.
De Idenburgschool op de foto rechts van de Oranjeschool is er nog altijd en nog in de oude stijl.
Heel in de verte is het Lindoduin te zien, waar nu een enorm flatgebouw voor in de plaats is gekomen.
Zo zijn er op Scheveningen veel vertrouwde plekjes en gewoonten verdwenen, maar gelukkig is er ook altijd nog veel moois om over te vertellen en dat zal ik volgende keer ook zeker doen.
Immetje.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt.....17



VLAGGETJESDAG 1947-2007.

In gedachten doemen bij mij, nu zestig jaar later, de beelden op en klinkt nog altijd de echo na van de eerste Vlaggejesdag in 1947.
Wij, als leerlingen van VGLO-school, scholieren in de leeftijd van twaalf tot veertien jaar, dus geboren vóór de Tweede Wereldoorlog, waren al wel iets van vlagvertoon gewend.
Na 5 Mei 1945 kwamen uit alle hoeken en gaten de rood-wit-blauwe vlaggen en oranje wimpels te voorschijn.
Maar de Scheveningse haven,vol met prachtig opgetuigde schepen en wapperende vlaggen in alle maten, dat hadden onze kinderogen nog nooit aanschouwd.
De onderwijzers op school hadden ons verteld dat deze opgetuigde schepen een grondige opknapbeurt hadden gekregen en dat dit nodig was om de schepen zeewaardig te maken voor de
nieuwe haringvangst.
Wij kregen de opdracht om op de ochtend dat de loggers voor het eerst zouden uitvaren, in alle vroegte, aanwezig te zijn om het uitwuiven mee te maken en er daarna een opstel over te maken.
Daar stonden wij tussen al die mannen, vrouwen en kinderen, die verwant waren aan de vissers.
Wij, als tieners hadden alleen maar het grootste plezier.
De vragen, die bij de volwassenen oprezen van: hoe zal het gaan op zee, zou de vangst gunstig zijn, komen ze behouden weer thuis, die kwamen bij ons niet op; die zorgen deelden wij niet.
Misschien wel de jongens onder mijn klasgenoten, die een paar jaar later zelf op zo'n logger zouden meevaren ter haringvangst.
Wat opviel was dat heel veel vrouwen Scheveningse klederdracht droegen en de mannen een donkerblauw kostuum en grijze pet.
Alles rondom de haven ademde nog de sfeer van vóór de oorlog, weinig auto's, veel fietsers en eenvoud.
Het was een indrukwekkend gezicht als de loggers één voor één de haven uitvoeren en vooral ook het roepen van de achterblijvenden aan de wal.
Vanaf de loggers klonk dan terug een roep, die nog maandenlang door ons , op de speelplaats, werd geroepen:...........Dááág....hóóóór....!
Immetje.
P.S.
Bovenstaande foto is uit 1948, maar die heb ik uitgekozen omdat hier niet de mensenmassa, maar de loggers alle aandacht krijgen.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt.....18



Zomer 1941
Nederland is bezet en we zijn ruim één jaar in de oorlog.
Gelukkig hebben wij, als kinderen, daar nog niet zo'n hinder van, wat ook wel te zien is op deze foto. Die straalt niets van ook maar enige ontbering uit.
Integendeel, voor toendertijd hadden wij aan niets gebrek.
De luxe van nu anno 2008 bestond natuurlijk nog helemaal niet, maar wij waren als kind gelukkig met het spelen binnen en buitenshuis.
Zo kwam het dat ik op een middag mijn broer moest halen omdat het naar etenstijd liep.
Op het Schepenplein stond een motorfiets , die toebehoorde aan een fotograaf en deze vroeg aan ons of wij voor hem wilden poseren..... op de motor.
Best wel leuk om even op zo'n stilstaande motor te zitten; dat gebeurde niet elke dag.
De fotograaf vroeg ons adres, “want”, zei hij,” misschien wil jullie moeder ook wel een foto van jullie”.
Wij dachten van wel.
Een week later stond de foto bij ons thuis op de schoorsteenmantel.
Het was een byzonder idee van die fotograaf om op zo'n manier de kost te verdienen en hij zorgde er hiermee tevens voor dat er voor later een leuke jeugdherinnering over bleef.
Hierdoor kan ik dus, vele jaren later , weer een antieke motor laten zien met daar op een broer, die toestaat dat zijn jongere zusje het stuur mag vasthouden.
Dat zij dat prachtig vindt is goed te zien.
Immetje
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Immetje vertelt......19.



Wandelpier
De wandelpier op Scheveningen was voor de tweede wereldoorlog nogal een deftige bedoening. Allereerst kon je er niet zo maar vrij uit op wandelen, nee men moest eerst tien cent entree betalen en dat was voor veel mensen - hoewel dat nu raar lijkt - toendertijd toch te duur.
Ondanks dat was het in het zomerseizoen toch druk met flanerende mensen.
Vooral de Zondag was bij uitstek geschikt om de mooiste kleding en hoeden te tonen en vooral hoeden waren zeer in zwang.
Ook mijn moeder was dol op hoeden
Hier zie je haar op een rustige wandelpier aan de arm van een tante en beiden droegen een zogenaamde pothoed.
De tante draagt een handtas met zilveren beugel, mijn moeder een bescheiden tasje onder de arm en een paraplu.
Op de andere foto staat ze aan de vloedlijn; ook weer – zoals het toen hoorde- een hoed op en keurig een hadtasje bij zich, de pier op de achtergrond.
Een mooi tafereel voor een foto en ook al zijn de opnamen uit de twintiger jaren van de vorige eeuw, ze zijn nog altijd het bekijken waard.
Immetje.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt......20.

In de jaren negentig van de vorige eeuw woonden wij in Luyksgestel, een dorp in Brabant aan een landweg geflankeerd met mooie gevelboerderijen, waarvan vele verbouwd waren tot comfortabele woningen. Er was veel ruimte, zowel in als om de woning en nooit problemen met auto's parkeren,heerlijk wonen. Vanuit huis keken we uit over weilanden met aan de horizon een silhouet van een boerderij.
In het voorjaar waren de weilanden geel van de ouderwetse boerebloemen, prachtig en.je zag de seizoenen veranderen
De zomer maakte het gras nog groener dan groen en tussen het klaver stonden ontelbare madeliefjes.
Langzamerhand kwam daarna de herfst en toverde (zoals op de eerste foto te zien) alles in de mooiste kleurenpracht totdat de Novemberstormen de bomen , de struiken en de beukenheggen kaal bliezen, waardoor het er wat somber uit ging zien.
Maar dan, o wonder, je op een winterdag voor het raam keek en zag dat alles wit was doordat het had gesneeuwd en het weiland een stille grote vlakte was.
Adembenemend en wanneer wij de lichtjes hadden aan gedaan in de boom en in de heg voor onze boerderij had het de sfeer van een sprookje.
In huis heerlijk warm en daar buiten die stille witte wereld met het uitzicht op die zee van ruimte, zoals op de tweede foto te zien, in de verte de lichtjes van de boerenhuizen.
Al mijmerend, staande voor het raam, deed mij dit denken aan die andere zee, die op Scheveningen te zien is., de Noordzee, die niet alleen in de seizoenen, maar iedere dag opnieuw anders is.
De zee, die men hoort ruisen en waar men kunt genieten van de prachtige wolkenpartijen er boven. Het strand met de schelpen, zomaar voor het oprapen en, als kind, thuis gekomen een schelp aan je oor om ook daar de zee te horen.
Dat mijmeren veroorzaakte een verlangen om weer terug te keren naar daar, waar je bent geboren en getogen, Scheveningen, waar we inmiddelsal al weer jaren wonen.
Vanuit ons raam kijken we uit op de zee met 's-avonds aan de horizon ook lichtjes, nu niet van boerenhuizen , maar van de schepen, die daar op de rede liggen.
Luyksgestel heeft ons mooie jaren geschonken met prettige herinneringen, maar we hebben er niet aan kunnen ontkomen.
Ons geboortedorp Scheveningen riep ons terug.
Immetje.



~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt.......21



Zodra het voorjaar zijn intrede doet en de eerste lentebloempjes buiten in bos en veld al zichtbaar zijn, dan duurt het niet lang of bij ons worden de bloembakken gevuld met allerhande kleuren viooltjes.
Elk voorjaar opnieuw blijven de fluweelachtige bloemen met hun prachtige tinten mij bekoren en maak ik in de lente een tafelstuk van viooltjes en de eerste bloeiende takjes, welke ik dan ga rangschikken in verschillende vaasjes van gekleurd glas.
Ik zet deze op een platte schaal en daarom heen leg ik mooie steentjes en schelpen.
Dit geeft vaak nog meer voldoening dan een boeket kant en klaar gekocht in een bloemenwinkel.
Mijn echtgenoot ( “die van mijn” in m'n praatjes) heeft van zo'n tafelstukje een foto gemaakt.
Om de bloeiende takjes goed uit te laten komen heeft hij het geheel – voor de achtergrond - op een leren leunstoel gezet, terwijl hij zei: “Misschien is zelfwerkzaamheid een goed idee in deze crisistijd”........
Hij heeft gelijk want dergelijke stukjes kun je van allerlei bloemen en takjes het gehele jaar door maken.
Dit keer is het dus niet zo zeer Immetje vertelt, maar......Immetje geeft les.
Volgende keer vertel ik weer iets over vroeger.
Immetje.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt.......22.



Wat is er nu zo byzonder aan deze foto?
Eigenlijk niets, ware het niet dat er een verhaal(tje) aan vast zit.
Deze foto is gemaakt begin vijftiger jaren van de vorige eeuw, toen het televisietoestel nog in de meeste huiskamers ontbrak en de mensen, zowel in de stad als op het platte land, nog gewend waren zes dagen per week voor niet al te groot loon hard te werken.
Tijd om met vakantie te gaan was voor een groot deel van de bevolking niet weggelegd, hooguit één week en dan nog in eigen land.
Maar dat had toch wel zo zijn bekoring.
Ik was toendertijd te logeren in een boerendorp in Overijsel en bezocht daar de weekmarkt, die oergezellig was met bijna allemaal boeren en boerinnen.
De mannen meestal nog op klompen en een grijze pet op, zoals je bij ons op Scheveningen ook zag.en wat zag je nog meer dat aan Scheveningen deed denken?
Een prachtige vistent met nieuwe haring, die gretig aftrek vond.
Alleen verorberde men, volgens mij, de haring niet op de juiste manier, want zij aten de haring in stukjes.
Ik heb toen verteld hoe wij de haring naar binnen werkte, waarop mij werd gevraagd dit voor te doen terwijl men daar een foto van wilde maken.
Heel graag poseerde ik met een haring, welke ik ook nog kado kreeg.
Al met al een leuke belevenis, nu bijna zestig jaar geleden.
Immetje.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt.......23

Net als zovelen hebben ook wij vacantiereizen gemaakt met een reisgezelschap, gezamenlijk zittend in een comfortabele touringcar met alles erop en eraaan.
Wanneer het buiten koud was, was het binnen in de bus heerlijk warm en aan het barretje, wanneer je wilde, koffie, thee of chocolademelk en zelfs soep.
Een snikhete dag? In de bus met airconditioning was uit het vriesvak frisdrank of naar believe een ijsje verkrijgbaar.
Heerlijk verende zitplaatsen met rugleuningen,die uitnodigden om na een vermoeiende excursie even een tukje te doen en scheen de zon te fel, nou dan de gordijntjes voor de raampjes en maar even niet naar buiten kijken, maar luisteren naar de reisleider, die via de microfoon allerlei wetenswaardigheden vertelde over de streek, waarin wij ons op dat moment bevonden.
Eén en al luxe en wij mensen van deze tijd vinden dat heel gewoon en verweren ons met.....ach, wij betalen er immers voor....!
Vergelijk dat nu eens met de vroegere generaties en dan zelfs met diegenen, die bevoorrecht waren zoals onder anderen artsen.
Dit weet ik omdat de twee mensen op de foto, achterin de bus, vrienden van mijn ouders waren en die zaten, wanneer je de foto goed bekijkt nu niet zo geriefelijk.
Wel luchtig, maar als het plotseling ging regenen dan moest pijlsnel de overkapping van achterin de bus dienst doen.
De chauffeur staat heel trots bij zijn bus met al die deftige mensen.
Hij mag dat ook zijn want vergeet niet, dit speelt zich af anno 1928 en toen was een busreis vanuit Nederland naar de Alpen iets unieks.
Immetje
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt.......24



Achter op de foto staat vermeld: boottochtje Rotterdam 22 juli 1947 , dat is heel wat jaartjes geleden.
Ik zit links op de foto onderste rij en zo te zien snoepen we verstandig, want we zitten alle vier met een afgehapte appel in ons hand en die hap appel zit achter onze wangen.
Echt een leeftijd om nog niet ijdel te zijn.
Het belangrijkste was op de foto gaan als aandenken aan zo'n dag Rotterdam; dat was in 1947 toch nog byzonder, zeker voor die brave meisjes, die we toen waren.
Een paar, waaronder ik zelf, hadden nog vlechten.
We waren niet zo maar op stap.
Nee, we waren met Ds. Talsma, waar wij op de catechisatie zaten een dag uit en ik moet zeggen, we hebben volop pret gehad.
Natuurlijk naar Blijdorp, ook een belevenis en toen de boottocht.
Het weer werkte die dag mee en de anders zo ingetogen Ds.Talsma was die dag onderhoudend en heel gul. Zijn vrouw trakteerde op koek en limonade en 's middags een sorbet van fruit en ijs, dat had je in die jaren zo vlak na de oorlog nog niet vaak meegemaakt, zo'n groot glas vol met heerlijkheden.
Wanneer ik deze foto onder ogen krijg , denk ik dus met veel plezier terug aan die dag, nu al weer twee en zestig jaar geleden.
Immetje
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt.......25



Deze familie poseerde negentig jaar geleden en deze foto is in mijn bezit gekomen uit mijn moeders verzameling.
Waarom juist deze foto?
Omdat ik ben vernoemd naar de vrouw,die hier zo lief met haar handen op haar rug staat en ik moet eerlijk toegeven, ik had het niet beter kunnen treffen.
Tante Emma was een schat en woonde met haar man en kinderen in Barendrecht in een romantisch boerenhuis met een heerlijke grote tuin, waarin appels, peren,pruimen en allerlei bessen in overvloed groeiden.
Zowel de in bloei staande vruchtbomen als wanneer de rijpe vruchten aan de takken hingen, dat alles heb ik jaren meegemaakt omdat ik alle vakanties in Barendrecht vertoefde.
Ga maar na, Pasen, Pinksteren en in augustus de grote vakantie, zelfs in de kerstvakantie.
Ik had daar een eigen kamertje, heel knus ingericht en omdat ik daar zo vaak was had ik behalve mijn nichtje ook vriendinnetjes, die echt op een boerderij woonden, zo gezegd boerendochters.
Als kind van een vissersdorp vond ik dat heel interessant en ik voelde mij op dat boerendorp ook thuis.
Op de foto naast tante Emma staat Oom Kees met de Benjamin op zijn arm, die helaas in de tweede wereldoorlog (hij was bij de Marine) in de Javazee om het leven is gekomen.
De zoon Kees, die trots op het paard zit, is later accountant geworden en met één van de dochters van het lachende meisje met die enorme strik boven op haar hoofd ben ik al jaren dik bevriend.
Immetje
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Immetje vertelt......26!



Jaren hebben wij gewoond bij de lus van lijn 11, de Zeeruststraat.
De huizen zijn in de ronding van de lus voor de oorlog gebouwd en tot op heden is het bijna nog net zo als op de foto.
Alleen op de hoek richting de boulevard is hotel Esplanada verdwenen en daar is een groot flatgebouw verrezen (Bella Mare).
De toren van de Oude Kerk in de Keizerstraat steekt parmantig boven de daken uit, precies boven ons huis.
Destijds bestond er nog niet de mogelijkheid een afzonderlijk afgesplitst appartement te kopen, dus hadden wij de twee bovenste etages verhuurd en zelf bewoonden wij de parterrewoning met souterrain en achteruitgang naar de Keizerstraat.
Een keukenklok had ik niet nodig, want vanuit de keuken keek ik prachtig op de klok van de kerktoren, die zo duidelijk de minuten aangaf dat ik met gemak, zonder kookwekkertje, de eieren zacht of hard kon koken.
Op de foto, genomen na een licht sneeuwbuitje, is te zien dat er in die tijd nog helemaal geen parkeerproblemen waren; nog practisch autovrij.
Het was er prettig wonen met 's avonds nog de slagen van de vuurtoren in de huiskamer, zo'n vertrouwd beeld voor ons Scheveningers en die heerlijke zilte geur en het zachte ruisen van de zee, die altijd anders was om te zien, met zijn scheepjes aan de horizon en dichtbij de garnalenvissers.
Romantisch wanneer je aan een blauw-zwarte hemel de sterren zag fonkelen, of de hemel parelmoer gekleurd, na een zonsondergang.
Dikwijls konden wij genieten van achter het raam of voor de buitendeur een praatje maken met de buren, waar toen nog volop tijd en ruimte voor was.
Wordt vervolgd Immetje.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~


Immetje vertelt.......27.


Wij waren gewend aan de geluiden van de zee en zodra we de buitendeur opende hoorde je haar niet alleen, maar zag je ook de kabbelende golfjes of bij stormweer de schuimkoppen.
Maar op 23 januari 1963 was de zee stil.
Wat was er aan de hand?
Dit hadden wij nog niet meegemaakt.
De zee was bevroren en je kon er op lopen; het was ons vreemd te moede.
Heel naar....een zee, die zwijgt, geen getij, geen zwerm meeuwen, die achter de vissersscheepjes gingen, niets van dat al.
Wel trok het veel dagjesmensen, die getuige wilden zijn van dit natuurfenomeen.
Nog niet ieder liep met een fototoestel, zoals nu jan en alleman met een camera op zak loopt, maar er werden foto's gemaakt, zoals door ons zelf.
Wat heel byzonder was?
De enorme ijswallen, soms wel twee meter hoog.
Wat een gewaarwording en dat op Scheveningen.
Achteraf blijkt de winter van 1963 de koudste van de vorige eeuw te zijn geweest en tevens de meest indrukwekkende wat het natuurgebeuren betreft.
Een voordeel met het klimmen der jaren is dat je kunt verhalen over echte ouderwetse winters.
Ook mooie lange zomers bestonden er vroeger veel meer.
Het kan zijn dat ik het verleden idealiseer, maar het bewijs van de bevroren zee zijn bijgaande zelf met een Kodak-boxje gemaakte foto's.
Immetje.



Impressies van Immetje.
Verhalen en sprookjes in Schevenings dialect door E.S.L.Moen-Knoester.


Eindelijk kan er weer worden voldaan aan de vele verzoeken van de lezers van de column “Zô mar ‘n preitje” in de Scheveningse Courant, want onder bovenstaande titel is er weer een nieuwe bundel verschenen.
Dankzij het nimmer aflatende enthousiasme van Hans Nieuwenhuis, die de voorbereiding en de vormgeving voor zijn rekening nam is er een prachtig , gevarieerd , boekwerkje tot stand gekomen.





De inhoud bestaat, naast een vijftigtal verhaaltjes en sprookjes uit gedichten en limmericks, aangevuld met toepasselijke foto’s.
“Immetje” houdt al gedurende veertien jaren niet alleen het dialect in stand, maar de inhoud van haar stukjes geeft het verleden (kleine gebeurtenissen, gewoonten, gebruiken) op een diepzinnige, maar tevens vaak speelse, humoristische wijze weer.
De schrijfster maakt U deelgenoot van haar kijk op de wereld om haar heen en geeft aan de lezer door wat zij beluisterd heeft in mensen. hun avonturen, hun leefwijze en gebruikt hiervoor de door een deel van de bewoners ter plaatse nog steeds gesproken taal.
Eensdeels omdat in de “spreektaal” de juiste toon kan worden meegegeven, maar tevens om dit voor de huidige en komende generaties levendig te houden.
De schrijfwijze, welke ook in haar columns in de krant , wordt gebruikt, behoeft voor sommige lezers enige toelichting, welke in de inleiding wordt gegeven, terwijl enige afwijkende woorden door middel van een voetnoot wordt verduidelijkt.
Na dit , met fraaie omslag , zeer verzorgde boekje is inmiddels ook zo juist gereed gekomen –dankzij de medewerking van Hans Nieuwenhuis en W. van Leeuwen - de lang verwachte gedichtenbundel naar aanleiding van haar expositie in het Museum Scheveningen, met als titel

Impressies van Immetje, Schilderijen en gedichten

Het boekje bevat 26 gedichten en 23 afbeeldingen van schilderijen van haar hand.
Immetje legt ook hier op soms diepzinnige, maar tevens vaak speelse en humoristische wijze
haar indrukken en ervaringen in haar leven vast, b.v door middel van bloemen, vogels, dieren, de zee etc. en gebruikt daarbij verschillende technieken:olieverf, aquarel en pastel.
Daarnaast is zij altijd met taal bezig en wel zodanig dat haar woorden de samenleving niet verkilt. Zo ontstaan tevens passende dichtregels.

Beide boekjes ( prijs € 10.00 per stuk) zijn te koop bij:
Muzee Scheveningen, Neptunusstraat 92



[/b][/img][/img]